Uitbreiding

Per 1 juli is mijn werk voor Wycliffe uitgebreid van 2,5 dag naar 4 dagen per week. Hoe die extra dagen precies ingevuld gaan worden is nog niet helemaal duidelijk. Ik zal waarschijnlijk vaker op reis zijn om vertaalteams te ondersteunen. Er is een tekort aan Franstalige vertaalconsulenten en er ligt veel vertaalwerk te wachten om nagekeken te worden. Dus wellicht kan ik ook aan het werk in andere Franstalige landen dan Madagaskar.

Hebreeuws

Maar eerst ga ik in augustus een maand naar Israël. Omdat tegenwoordig steeds vaker uit het Oude Testament vertaald wordt, wordt er van vertaalconsulenten verwacht dat ze ook enige kennis van het Hebreeuws hebben, de tekst waarin het OT oorspronkelijk geschreven is. Daarom ben ik met een aantal collega’s het afgelopen jaar begonnen met een cursus Hebreeuws, via een online methode. En tot onze verrassing wordt dit jaar afgesloten met een maand in Israël studeren. Acht dagen zullen we uitstapjes maken naar plekken die een belangrijke rol spelen in de Bijbel. De overige weken zullen we vooral besteden aan taalstudie.

Zekerheid

Ik kijk er echt naar uit dat ik meer van mijn tijd kan besteden aan het werk van Wycliffe. Ik heb de onderwijsbaan die ik ernaast had, opgezegd. Deels geef ik daarmee een stukje ‘zekerheid’ op, maar ik merk steeds weer dat het vertaalwerk echt mijn hart heeft. Het reizen en het werk is intensief, maar iedere keer als ik met de lokale vertalers heb gewerkt aan hun vertaling kom ik met meer energie en blij weer thuis. In het vertrouwen dat God erbij is, zie ik uit naar wat de komende jaren zullen brengen.

Safety and Security

In een wereld die steeds kleiner wordt, maar ook steeds onveiliger, is het belangrijk om goed voorbereid op reis te gaan. Maar hoe vaker je op reis gaat, hoe sneller de voorbereidingen getroffen worden. Dat merk ik zelf in ieder geval. Ik begin steeds later mijn koffer te pakken: als ik drie weken naar Madagaskar ga, haal ik tegenwoordig de dag voordat ik op reis ga mijn koffer tevoorschijn.

Onlangs werd ik wel met m’n neus op de feiten gedrukt. Wycliffe Nederland vraagt sinds vorig jaar aan al haar leden om een veiligheidscursus te doen, van één dag of drie dagen, afhankelijk van waar je werkt. Ik moest de driedaagse training doen.

Dus vertrok ik laatst naar de Kaapse bossen bij Doorn. Geen verre reis, een klein koffertje bij me – we zaten er intern – en mentaal enigszins voorbereid… Op het programma dat we thuisgestuurd kregen, stonden Veiligheid en communicatie onderweg, EHBO voor als je niet in de buurt van een ziekenhuis bent, Mijnen, explosieven en ammunitie, Omgaan met agressie (van onvriendelijke taxichauffeur tot een terroristische aanval), en als kers op de taart een kidnapping.

De eerste ochtend van de training dacht ik nog: wat doe ik hier. Madagaskar is in mijn ogen behoorlijk veilig. Ik spreek de taal ook enigszins, heb er vier jaar gewoond en ik voel me er nog altijd aardig thuis. Maar gaandeweg de drie dagen realiseerde ik me dat zich altijd onvoorziene situaties kunnen voordoen. Die hoeven niet meteen levensbedreigend te zijn, maar het is wel goed om je van tevoren bewust te zijn van de risico’s en daar bij stil te staan.

Deels kwam dat besef ook door de samenstelling van de groep: we waren met drie Wycliffers, er waren een aantal mensen van Oxfam Novib, iemand van de EO en een persoon werkte voor Medair. Mensen die onder andere in Jemen werken, of Zuid-Sudan, of Congo. En ieder met zijn of haar eigen verhalen en belevenissen in die landen.

Voor veel onderdelen van de training waren acteurs ingehuurd met wie we verschillende scenario’s moesten spelen. Hoe ga je om met een taxichauffeur (of een collega) die jouw persoonlijke grenzen overschrijdt? Waar liggen jouw persoonlijke grenzen? Hoe benader je een gewapende soldaat bij een checkpoint die een glaasje teveel op heeft? Hoe moet je reageren als je gekidnapt wordt door een groep gewapende overvallers? En, heel herkenbaar, wat doe je als een corrupte douanebeambte alles uit de kast haalt om jou óp de kast te krijgen?

Erg intensief al met al, maar ook heel leerzaam. Dus ga ik over twee weken, als ik weer naar Madagaskar ga, toch met meer bagage op reis dan tot nu toe.

Goed nieuws!

Ik ben een slechte blogger. Het laatste dat hier gepost is, is mijn nieuwjaarsgroet. Het is gelukkig niet zo dat er niets gebeurt. Als ik de nieuwjaarsbrief teruglees, zie ik daarop de agenda met de plannen die ik toen had voor 2018:

Agenda 2018
– 19-23 februari: viering van het 25-jarig bestaan van Seed Company, in Amerika. 
– 7-21 maart: vertaalworkshop in Tulear, in het zuiden van Madagaskar. Dan hoop ik met de vertalers verder te werken aan Genesis.
– 17-20 juli: 14 ICAL, een internationale taalkundige conferentie voor Austronesische talen in Antananarivo, Madagaskar. Ik hoop die conferentie bij te wonen en vervolgens twee weken verder te werken met het vertaalteam.

Alledrie agendapunten heb ik kunnen aftikken. Tijdens de workshop in maart hebben we het Genesisboekje kunnen afmaken. En eindelijk kon het team het Lucas-evangelie in boekvorm mee naar huis nemen! Ook het deeltje over Handelingen was gedrukt. De reacties op deze uitgaven zijn erg positief, men is blij met de duidelijke taal waarin ze het evangelie nu kunnen lezen, al moesten sommigen wel even wennen aan de drie nieuwe letters (ɛ, ɔ, ŋ).

In juli ben ik na de conferentie doorgereist naar Mananara, aan de oostkust, waar de leden van het vertaalteam wonen. Daar hebben we in twee weken het volgende deeltje in de reeks Wonderful Plan of God, met voornamelijk gedeelten uit Exodus, kunnen afronden.

Op dit moment ben ik weer in Madagaskar, waar opnieuw een grote workshop gehouden wordt met acht vertaalteams die ieder met een consultant bezig zijn hun vertaling na te kijken.

Het plan was om met ‘mijn’ vertaalteam het laatste deeltje in de serie dat ons nog rest, met gedeelten uit Samuel, Koningen, Psalmen en verschillende profeten, na te kijken. Maar de weken voor vertrek begon ik me een beetje zorgen te maken: ik kreeg geen vertaalde teksten opgestuurd… De afgelopen week werd duidelijk waarom: het team had in juli al een heel groot deel klaar en door een misverstand dachten ze dat ik hun handgeschreven vertaling had meegenomen en in de computer gezet. In die veronderstelling hebben ze die papieren nu thuis gelaten… Ik heb nog voorgesteld dat iemand in Mananara de papieren opzoekt, scant en mailt, maar ze liggen goed opgeborgen achter slot en grendel… Er was maar één oplossing: alles opnieuw doen.

Zolang ze daar mee bezig zijn, zijn er gelukkig andere manieren om me nuttig te maken. Er is een vertaalteam dat geen consultant heeft en ook nog met de team check bezig is. Daar spring ik af en toe in. Verder is er een relatief nieuw team, de Tsimihety, dat uit wel 14 personen bestaat. Ook zijn zij bezig met een team check, van het Lucas-evangelie, en omdat ze nog niet zo lang bezig zijn met vertalen, zijn er nog veel dingen die ze over het hoofd zien bij het vertalen. Ik heb hen nu ook een paar dagen geholpen.

In de nieuwjaarsgroet schreef ik ook over frustraties en dat het werk zo moeizaam gaat. Ik was in maart dan ook blij verrast dat het team een nieuwe terugvertaler meebracht: Berthier, een jonge dominee, gedreven en slim, én hij spreekt zowel goed Frans als Engels. Het Bijbelvertaalwerk was nieuw voor hem, en hij had heel veel vragen in het begin, maar hij is van grote waarde voor het team. Hij begreep heel snel waar ik met mijn vragen naartoe wilde en kon dat vervolgens ook goed uitleggen aan de vertalers. In juli was hij er ook bij, maar deze keer is hij helaas verhinderd. Hij is verantwoordelijk voor een stuk of zeven gemeenten en daarnaast wordt hij door de kerk ingezet tijdens allerlei conferenties en in verschillende commissies. Het is ongelooflijk hoe veel werk hij verzet. Hij heeft ook al aangegeven dat hij heel graag een Masters in Bijbelvertalen wil gaan doen. Geen idee of dat werkelijkheid gaat worden, maar ik hoop en bid dat het hem niet allemaal teveel wordt, en dat hij beschikbaar blijft voor dit werk en daar van zijn leidinggevenden ook gelegenheid voor krijgt!